VS steekt Europa naar de kroon

De Amerikaanse beurzen zijn alweer enkele dagen op recordjacht. De aanhoudende publicatie van sterke kwartaalrapporten blijft de beurs ondersteunen en kopers op de been brengen. De Europese bedrijven tappen daarentegen vaak uit een ander vaatje en kunnen in veel gevallen niet aan de verwachtingen voldoen. De twee economische blokken zitten duidelijk niet op dezelfde golflengte.

Verenigde Staten boven

Het resultatenseizoen is alweer een kleine maand geleden op gang geschoten en net voor aanvang heerste er toch wat twijfel in de markt, vandaar dat de beurzen eind maart een adempauze inlasten na de forse klim sinds de start van het jaar. Amerikaanse bedrijven zouden immers niet meer kunnen genieten van de positieve impact van fiscale gunstmaatregelen, de appelflauwte van de economie en het sluiten van de overheid eind 2018 hebben gevoeld. Er werd geredeneerd dat flink wat bedrijven moeite zouden hebben om aan de verwachtingen te voldoen.

Hoe meer kwartaalrapporten binnenstromen, hoe meer deze stelling van tafel wordt geveegd. Bijna elke handelsdag zijn er Amerikaanse bedrijven die met sterke cijfers op de proppen komen en de markt en analisten een hak zetten. Tot nu toe deden 75% van de bedrijven uit de S&P 500-index, die reeds hun cijfers publiceerden, beter dan verwacht terwijl de winstgroei gemiddeld gezien 6% boven de ramingen lag. Deze positieve cijferstroom heeft het beleggersvertrouwen een boost gegeven en zorgt ervoor dat de kopers momenteel de bovenhand hebben. Verschillende beursindices zoals S&P 500 en de Nasdaq-index verkennen momenteel nieuwe hoogtepunten.

Europa: moeilijkere omgeving

Hoewel Europese beurzen de voorbije maanden ook sterk hebben gepresteerd (extra gesteund door een verslapping van de euro), bleek het enthousiasme er minder uitgesproken en was er van nieuwe records en uitbundigheid geen sprake. De Q1-winstcijfers van Europese bedrijven spraken veel minder tot de verbeelding dan die van hun Amerikaanse tegenhangers. Zo ligt bijvoorbeeld de gemiddelde winstgroei 0.3% onder de ramingen en zijn er duidelijke verschillen merkbaar tussen sectoren.

Er zijn verschillende redenen waarom de Europese bedrijven over het algemeen achterblijven. Eerst en vooral doet de Europese economie het minder goed dan de Amerikaanse. De voorbije maanden regende het negatieve macro-cijfers in de eurozone en sputterde de Duitse motor. En hoewel ook in de VS er sprake is van een vertraging, straalt de Amerikaanse economie nog steeds een zekere dynamiek uit. De sterke Amerikaanse arbeidsmarkt met een bijna volledige tewerkstelling is daar een mooie illustratie van. Daarnaast zijn er natuurlijk minder IT-bedrijven in Europa dan in de VS en laat het nu vooral bedrijven uit deze sector zijn die de verwachtingen verpulverden. Daarenboven weegt de Europese banksector, die wordt geteisterd door de lage rentevoeten, zwaar door in de verschillende indices.

Beide economische blokken zitten duidelijk op een andere trein. Onze overweging in Amerikaanse aandelen en onderweging in Europese aandelen was de voorbije maanden dan ook de juiste keuze.